Gedrurfd gedreven

Blog Single

Column over debuteren

Wanneer er een spreker op een groot congres door de zaal loopt, een microfoon onder jouw neus duwt, naar je grootste droom vraagt en jij iedereen, inclusief jezelf, verrast met de woorden: ‘Een boek schrijven’, dan weet je dat je iets te onderzoeken hebt.
De week na het congres voor leidinggevenden van een operatiekamer reisde ik met de trein en bladerde ik door een achtergelaten krant. Mijn oog viel op een mini advertentie en deze bracht mij bij een cursus schrijven, gegeven door een redacteur. Vreemd genoeg hoefde ik mij vooraf niet te bewijzen met werk; de zak geld die ik meebracht was voldoende.
Niet gehinderd door enige kennis of schrijfervaring schoof ik een maand later aan op de zolderetage van de uitgeverij aan de Prinsengracht en ontmoette ik elf medecursisten. Ondanks mijn leeftijd en werkervaring als interim manager, voelde ik me bij de voorstelronde steeds kleiner worden. Ik was de enige die geen universiteit had bezocht en ook waren er geen publicaties van mijn hand. Een week later duwde mijn dochter van achttien mij met de woorden: ‘Wat je start, maak je ook af’ de trein in.
Mijn twijfel bleef tot de redacteur mijn geschreven ‘Ikje’ bejubelde. ‘Dit is een roman in 120 woorden!’ Tot mijn vreugde werd deze anekdote gepubliceerd in de NRC:
Ik kijk naar het zenuwachtige meisje tegenover mij. De gerechten arriveren. De onrust van het meisje verandert zichtbaar in paniek wanneer zij haar gegrilde vleesschotel ziet. Grote betraande ogen kijken eerst naar het bord en dan naar mij. Dikke saus glijdt langzaam richting vlees. Ik bedenk me geen seconde, pak brood en servet en bouw vakkundig een dam tussen vlees en saus.
Een zucht van opluchting.
De eerste avond uit eten, na een jaar anorexiatherapie, is gered.
Halverwege de cursus moest er een synopsis geschreven worden over de roman waaraan je werkte. De anderen gingen aan de slag en ik… Ik had geen idee! Als een dolle zette ik mijn hersenen aan het werk om een onderwerp te verzinnen. Tergend traag ontwaakten de creatieve cellen in mijn brein en toen ik iemand ontmoette die ook een grote droom uitsprak, ging plotseling het licht aan. De vrouw was op zoek naar ander werk en vertelde mij dat zij mortuariummedewerkster wilde worden. De passie waarmee zij over het beroep sprak was zo indrukwekkend dat terplekke de hoofdpersoon van mijn roman werd geboren. Mijn fantasie sloeg op hol en ik zou het hoofdpersonage een geheim laten ontdekken bij een overleden man.
De redacteur juichte: ‘Dit is goud!’ In mijn hoofd vulde een geniepig stemmetje de mooie woorden aan met: jammer dat een onervaren typ dit briljante idee gaat schrijven. Maar ik zette door.
Werkelijk alles wat ik in het schrijfproces fout kon doen, heb ik fout gedaan. Mijn topsportverleden bracht uitkomst. Ik beheerste gelukkig zaken als discipline, meters maken, van andere leren, omgaan met teleurstellingen en vooral doorzetten.
Op het moment dat ‘Sluipwesp’ op een uitgeverij wachtte, schreef ik ‘Een voltooid leven, een roman over een doorleefd afscheid’.
Ik had de moed bijna opgegeven toen er ineens twee uitgeverijen in mij geloofden! ‘Sluipwesp’ werd omarmd door De Crime Compagnie en ‘Een voltooid leven’ paste in het fonds van Futuro Uitgevers. In vier maanden tijd debuteerde ik met een thriller én een roman.
Het is waanzinnig om auteur te zijn en lezingen te geven. De volgende thriller en roman hebben zich in mijn hoofd genesteld en worden uitgewerkt.
Soms droom ik dat de microfoon op dat congres mijn neus voorbij ging. Ik realiseer me dan dat het uitspreken van je diepste wens nodig is om in beweging te komen.