OK VISIE, deel 1

Blog Single

Als het doek valt

We kennen faillissement van beelden op tv. Verslagen medewerkers bij het hek van hun fabriek. Een traan op de wang van een arbeider met markante kop, een stem die voor de camera breekt. Een ander met zijn gezicht in zijn handen, om even niet in de toekomst te kijken.

De donkere wolk die vaker boven het huis van onze buren dreef, is met een donderslag uiteen gebarsten. De bliksem heeft de bewoners en gasten in hun hart geraakt.
Het tempo van de gevolgen van de door de zorgverzekeraars dichtgedraaide geldkraan, is moorddadig hoog. Ambulances laden patiënten in en rijden hen weg van hun zo geliefd ziekenhuis. Medewerkers staren met grote ogen in het niets.

Een dag later lokken zwarte letters op de voorpagina van de kranten de zeldzame vogeltjes van de zorg naar een ander nest.

Aan de balie van ons ziekenhuis staat onaangekondigd een echtpaar. Mijn collega teamleider van de OK laat zijn werkzaamheden vallen. Als hij beide collega’s een hand geeft, verraadt de schaduw onder hun ogen de zorg van twee niet uitbetaalde salarissen.
Of er vacatures zijn?
‘Kom,’ zegt mijn collega, ‘laten we wat drinken. Ik wil weten hoe het met jullie gaat.’

Maandagochtend in de directiekamer. Wij, leidinggevenden, staan rond een groot scherm voor een videoconference. Samen met de collega’s op de andere locatie vormen we een hechte kring. De directeur stapt naar voren. Kort en krachtig deelt hij mee hoe de gesprekken met de zorgverzekeraars en curatoren verlopen. De eerste aandacht gaat naar de acute zorg. Het geld voor personeel en middelen is geregeld. De patiënten die zich bij de poli’s meldden mogen geholpen worden mits ze hun dossier, verwijzing en overdracht hebben. Patiëntveiligheid voor alles. Aan de polimedewerkers om ontredderde patiënten de juiste route te wijzen.
Natuurlijk wordt er gesproken over overname van patiëntengroepen. Ons gefuseerde ziekenhuis wil stevig in de markt staan.
Ik observeer mijn directeur. Hier staat iemand met hart voor de zaak die de touwtjes strak in handen heeft. Als ik door de lichtstraat terug naar de OK loop, lijkt het of ik een beetje zweef.

Het meisje dat ik een hand geef, is timide. Later is ze omringd door collega’s. Ze heeft blosjes en lacht. Haar opleiding kan worden voortgezet.
Een andere verrassende ontmoeting: ik ken haar uit de tijd dat ik met WoestHaar* samenwerkte. Na wat tranen breekt de lach door die ik zo van haar ken. ’Misschien is het wel fijn om hier nog even te vlammen voor ik over anderhalf jaar met pensioen ga.’

Maar hoe moet het met de receptionist van de buren, die iedere beller blij maakt met zijn hartelijke stem en verhalen. Hij behoort niet tot de schaarse medewerkers…
Zal deze goudvink onderdak vinden?