WoestHaar, deel 16

Blog Single

Planmatig

Een team van operatieassistenten is over het algemeen twee keer groter dan een team van anesthesiemedewerkers. Het is best bijzonder dat onze organisatie een fulltime teamleider van de anesthesie en een fulltime teamleider van de chirurgie heeft. Het komt WoestHaar wel goed uit. Waar ik vaak als een gestreste kip rondren, doet hij zijn ding op zijn gemak.

Voor mij ligt een hele stapel werk. Het meest maak ik me zorgen over het rooster dat ik moet maken. Het puzzelen lukt niet met WoestHaar in het kantoor. Hij hangt achterover in zijn bureaustoel naast me en heeft zijn geitenharensokken op het bureau gelegd. Ik probeer de grote teen die vrolijk naar buiten steekt, te vermijden, maar toch wordt mijn blik er iedere keer naar toe getrokken. Het is dat ik af en toe een medische term hoor, maar anders zou ik denken dat hij een vriend aan de lijn heeft. De ene grap volgt de andere op met tussendoor een luid geschater.
Ik staar naar de lijst met namen. Achter iedere naam staat op welke dagen er gewerkt kan worden en wanneer er liever geen dienst gedraaid wordt. Ik schrik op van de klap waarmee WoestHaar de telefoon neergooit.
‘Wat ben je aan het doen?’
‘Rooster!’
Doe niet zo chagrijnig, Riek. Ik ben allang klaar.’ Triomfantelijk wappert hij met een A-4tje voor mijn neus. Er staan zo weinig namen op de lijst dat ik ze zelfs in zwaaiende toestand kan lezen.
‘Nogal makkelijk hè?’
De wenkbrauwen van WoestHaar gaan naar boven. Zijn hoofd doet me denken aan Oscar Mopperkont die in Sesamstraat altijd met een verbaasde blik uit de vuilnisbak komt.
‘Jij bent met zo weinig medewerkers met alles snel klaar.’
‘Ik heb het gewoon goed georganiseerd. Moet jij ook eens doen. Wacht,’ zegt hij en rommelt wat in de stapel papier op zijn bureau. Hij haalt er een managementtijdschrift uit. Woest bladert hij door het blad en houdt het dan onder mijn neus. ‘Je moet niet zo zeuren Riek, het bestaat gewoon wat ik ben.’
Ik gris het tijdsschrift uit zijn handen en zie op een plaatje een getekend poppetje in de pose die WoestHaar zojuist had, toen hij aan het telefoneren was. De managementstijl: Laissez fair staat boven het artikel. ‘Je moet de boel af en toe gewoon op zijn beloop laten. Het komt vanzelf goed. Geloof me.’
Ik zucht luid. ‘Ik ga ergens zitten waar ik me kan concentreren.’ Ik pak mijn sein uit mijn zak en gooi het naar hem toe. ‘Wil je hier een paar uurtjes oppassen?’ Ik doe net of ik zijn commentaar niet hoor.

Een paar uur later heb ik het rooster af. In ons kantoor ligt mijn sein eenzaam op het bureau. Er ligt een papiertje naast. De hanenpoten van mijn collega wensen mij een prettige avond. Snel publiceer ik het rooster en ga, twee uur later dan normaal, voldaan naar huis. Het is me gelukt om met ieders wens rekening te houden.

Ik heb nog niet eens koffie op als ik driftige klompen hoor. In de deuropening staat een operatieassistent. ‘Wat een flutrooster!’
‘Pardon?’
‘Je weet toch dat ik moet tennissen op dinsdag. Dat doe ik al jaren.’
‘Dat staat niet op de lijst.’ Waarom ga ik in godsnaam de verdediging in?
Achter de vrouw verschijnt het hoofd van WoestHaar. ‘Dan ga je toch tennissen?’
De vrouw richt haar peilen nu op hem. ‘Zij heeft me dienst gegeven!’
‘Ruilen staat je vrij.’ WoestHaar duwt haar zachtjes aan de kant en komt binnen. De operatieassistent opent haar mond, maar bedenkt zich. Ze draait zich om en beent weg.
‘Die gaat haar collega’s vast vertellen wat voor slechte teamleider ik ben.’ Het eufore gevoel van het rooster dat klaar is, is met galop vertrokken.
WoestHaar haalt zijn schouders op.

Aan het einde van de week, als ik het slechte gevoel over het rooster net aan het kwijtraken ben, vraagt WoestHaar of ik nog meer negatieve reacties heb gehad. Ik schud mijn hoofd.
‘Hoeveel medewerkers heb je eigenlijk? Veertig?’
‘Zoiets.’
‘Dan is 97,5% tevreden.’
Waarom heb ik deze som niet bedacht? Nonchalant is de bijnaam van mijn collega, maar relativeren kan hij als geen ander!